Taalfucker

Netflix – Grace & Frankie

Praten, waar ik heel goed in ben, gaat niet altijd zo soepel als je zou denken.
Ik kan mijn hele overkomen compleet verneuken, niet alleen door mijn gespreksonderwerp, maar ook door de handeling zelf.

In mijn hoofd staat alles vier keer versneld, maar lichamelijk staat alles op min vijf, wat wellicht de reden is van mijn verstoorde motoriek en gekluns.
Ook mijn spraakgebrek wordt hierdoor veroorzaakt. Mijn gedachten gaan sneller dan mijn mond, maar mijn mond probeert mijn gedachten bij te benen.

Het resultaat is dan meestal een soort kramp in mijn kaak, waardoor ik in een vreemde stotter terecht kom wat eruit ziet alsof ik niet goed word.
Wat enigszins het geval is.
Als ik zenuwachtig, of enthousiast ben ga ik vaak alleen maar meer praten wat de boel niet beter maakt, daarnaast praat ik soms iets onduidelijk wat voor vreemde situaties kan zorgen.

Zo had ik op de middelbare school een vriendin die ik Hoei noemde, een verbastering van haar achternaam.
Een aantal jaar geleden dacht ik haar te zien, op de fiets voor een stoplicht waar ik onderweg naar toe was, lopend.
Ik versnelde mijn pas en schreeuwde enthousiast. “Heeeee, Hoei!”
De meid op de fiets, duidelijk niet Hoei, draaide zich om en keek me kwaad aan.
Zij was namelijk in de veronderstelling dat er een idioot op haar af kwam rennen die “Hee Hoer!” naar haar schreeuwde.
Ga maar uitleggen wat je bedoelt.

In eerste instantie schrok ik van het kwade gezicht van de meid en het feit dat het niet om Hoei ging, maar toen ik doorhad wat er aan de hand was begon ik te lachen. Ik probeerde uit te leggen wat er aan de hand was, maar deze griet had geen zin om te wachten tot ik gestopt was met lachen en fietste beduusd weg. Ik was op dat moment vooral blij dat ze me geen klap had verkocht.

In de categorie voor lul staan. Er zijn gezelschappen waarin ik mezelf zo normaal mogelijk neer wil zetten, wat helaas vaak averechts werkt.
Tijdens een gesprek raak ik dan opeens het onderwerp kwijt en mijn brein wordt dan blanco. Ik wil dat niet laten blijken, dus ik blijf in dat soort gevallen doorpraten, in de hoop dat het onderwerp weer spontaan boven komt drijven.
Waar ik het op zo’n moment dan over heb? Dat vraagt iedereen zich af.

Ook het juiste woord vinden is soms een avontuur. Zoals het woord voetpad. Het lijkt makkelijk, maar wanneer ik het nodig heb lijkt het niet te bestaan.
Tijdens een hike probeerde ik het woord tevoorschijn te toveren en ging van voetstoep naar stoepvoet en stoeppad, maar het juiste woord vond ik niet.
Het was Manlief die me corrigeerde op een echte Manlief manier. “Een voetpad heet dat.”

Spreekwoorden, ik maak er een eigen variant van.
“Een hond kan de was doen.”
“Het kwartje gaat branden.”
“Zoals de hond is, vertrouwt hij zijn gasten.”
De keren dat ik spreekwoorden openlijk verneukte duurde het serieus even voordat ik doorhad wat er niet klopte.

Taalfucker

CW – Supernatural

Dan heb ik nog woorden die ik door elkaar weet te halen, of samenvoeg. Zoals Yogitatie. Een mengeling van yoga en meditatie. Ik heb geen idee of het woord bestaat, maar het klinkt best leuk.
Mijn vreemde koffie is een tongbreker waarvan ik nog steeds met regelmaat twijfel of ik het goed zeg. Ik heb namelijk vol enthousiasme een makke lattiato besteld, in plaats van een latte macchiato.

Ik praat dus vreemd en soms wat onduidelijk, maar ik praat ook tegen mezelf en alles om me heen.
Vooral frustraties uit ik verbaal, frustratieschelden noem ik dat. Fuck is mijn favoriet, maar kut en klote zitten ook in mijn woordenschat gerot.
Dankzij wat klein grut in mijn omgeving ben ik me bewust dat mijn taalgebruik wat aandacht kan gebruiken. Ik probeer fuck te vervangen voor fudge en kut voor prut, maar het dekt de lading niet.

Hersie heeft de leiding over mijn spraak, zo heb ik in veel gevallen geen invloed op het geen wat ik zeg en dat wordt volgens mij als een uitdaging gezien.
De woorden Boerderijlul en Perenpiemel zijn onderhand berucht geworden. Ze kwamen er spontaan uitflappen, zoals veel van de dingen die ik zeg.
De woorden zijn nog steeds niet helemaal kindvriendelijk, maar het wordt hopelijk ooit nog beter.

Het praten tegen van alles om me heen heb ik trouwens van huis uit meegekregen. Zo weet ik niet beter dan dat mijn moeder ook tegen alles praat en zelfs haar huis groet wanneer ze thuis komt. Iets wat ik dan ook heb overgenomen.

Ik geef ook veel dingen een eigen naam, of ik vervang bestaande namen voor iets wat ik beter vind passen.
Vervelende, of zeurende vrouwen noem ik vaak Miep, wat eigenlijk sneu is voor de echte Miepen.
Mijn wenkbrauwpotlood, die mijn jarenlang overplukte uitdrukkingsrupsen weer wat uitdrukking geeft, wordt Mimi genoemd en mijn trouwe auto heet Tuut.

Henk hoort hier ook wel bij. Henk is ons huisspook, mijn gezelschapspartner wanneer ik alleen thuis ben én degene die thuis overal de schuld krijgt, wanneer Manlief en ik niet toegeven. Zijn we iets kwijt? Henk! Is er iets gevallen? Henk!
Geen idee hoe Henk ooit is opgedoken, maar het verbaasd me niet als dit bij Manlief vandaan is gekomen. Die man heeft geen idee hoe komisch hij kan zijn.

Eén van mijn buurmeisjes was een keer op visite met een paar vriendinnen. We zaten met een kop thee aan de tafel te kletsen toen de tussendeur spontaan open ging. (Dat gebeurt wel vaker, wanneer hij niet goed dicht zit.)
Ik reageerde eigenlijk zoals altijd en begroette Henk, mijn buurmeisje deed hetzelfde, maar haar vriendinnen staarden met grote ogen naar de deur, waarna ze vroegen wie Henk was. Mijn buurmeisje antwoordde heel gewoontjes: “Oh Henk is het huisspook.”
Ik geloof dat ze vrij snel hun thee opdronken en het huis verlieten. 😂

Yep, I’m weird, what’s new. 

Taalfucker

Nachtsessies
Hersenconstipatie door loslaatprobleempjes